Schoolweigering bij kinderen en adolescenten

Behandeling

Het primaire behandelingsdoel voor kinderen met schoolweigering is een snelle terugkeer naar school. Artsen moeten voorkomen dat kinderen excuses moeten verzinnen om niet naar school te gaan, tenzij een medische aandoening het noodzakelijk maakt dat ze thuisblijven. De behandeling moet ook gericht zijn op comorbide psychiatrische problemen, disfunctioneren van het gezin, en andere problemen die daaraan bijdragen. Omdat kinderen die weigeren naar school te gaan vaak lichamelijke symptomen hebben, kan het nodig zijn dat de arts uitlegt dat het probleem een uiting is van psychische nood in plaats van een teken van ziekte. Een multimodale, collaboratieve teambenadering moet de arts, het kind, de ouders, het schoolpersoneel en de geestelijke gezondheidszorg omvatten.

Behandelingsopties omvatten onderwijs en consultatie, gedragsstrategieën, gezinsinterventies en mogelijk farmacotherapie. Factoren die effectief zijn gebleken voor verbetering van de behandeling zijn betrokkenheid van de ouders en blootstelling aan school.25,26 Er zijn echter maar weinig gecontroleerde studies die de effectiviteit van de meeste behandelingen hebben geëvalueerd. Behandelingsstrategieën moeten rekening houden met de ernst van de symptomen, comorbide diagnoses, disfunctioneren van het gezin en psychopathologie van de ouders.

Er is een scala aan empirisch ondersteunde, op exposure gebaseerde behandelingsopties beschikbaar voor de behandeling van schoolweigering. Als een kind jonger is en minimale symptomen van angst, bezorgdheid en depressie vertoont, kan het voldoende zijn om direct met de ouders en het schoolpersoneel te werken zonder directe interventie met het kind. Als de problemen van het kind langdurig schoolverzuim, comorbide psychiatrische diagnoses en tekorten in sociale vaardigheden omvatten, is kindertherapie met betrokkenheid van ouders en schoolpersoneel geïndiceerd.

GEDRAGSINTERVENTIES

Gedragsbenaderingen voor de behandeling van schoolweigering zijn voornamelijk op exposure gebaseerde behandelingen.27 Studies hebben aangetoond dat blootstelling aan gevreesde objecten of situaties de angst vermindert en de exposure-pogingen bij volwassenen verhoogt.28 Deze technieken zijn gebruikt om kinderen met fobieën en schoolweigering te behandelen. Gedragstechnieken richten zich op het gedrag van het kind in plaats van op intrapsychische conflicten en leggen de nadruk op behandeling in de context van het gezin en de school.

Gedragsbehandelingen omvatten systematische desensitisatie (d.w.z. geleidelijke blootstelling aan de schoolomgeving), ontspanningstraining, emotieve beeldspraak, contingentiemanagement en sociale vaardigheidstraining. Cognitieve gedragstherapie is een zeer gestructureerde aanpak die specifieke instructies voor kinderen omvat om hen geleidelijk meer bloot te stellen aan de schoolomgeving. In cognitieve gedragstherapie worden kinderen aangemoedigd om hun angsten onder ogen te zien en wordt hen geleerd hoe ze negatieve gedachten kunnen veranderen.

EDUCATIONAL-SUPPORT THERAPY

Traditionele educatieve en ondersteunende therapie is even effectief gebleken als gedragstherapie voor de behandeling van schoolweigering.29 Educatieve-ondersteunende therapie is een combinatie van informatieve presentaties en ondersteunende psychotherapie. Kinderen worden aangemoedigd om over hun angsten te praten en de verschillen tussen angst, bezorgdheid en fobieën te identificeren. Kinderen krijgen informatie om hen te helpen hun angsten voor het naar school gaan te overwinnen. Ze krijgen schriftelijke opdrachten die tijdens vervolgsessies worden besproken. Kinderen houden dagelijks een dagboek bij waarin ze hun angsten, gedachten, copingstrategieën en gevoelens die met hun angsten samenhangen beschrijven. In tegenstelling tot cognitieve gedragstherapie krijgen de kinderen geen specifieke instructies over hoe ze hun angsten moeten confronteren, noch krijgen ze positieve bekrachtiging voor het naar school gaan.

Kindertherapie bestaat uit individuele sessies met ontspanningstraining (om het kind te helpen wanneer het het schoolterrein nadert of door leeftijdgenoten wordt ondervraagd), cognitieve therapie (om angstopwekkende gedachten te verminderen en coping-strategieën aan te reiken), sociale vaardigheidstraining (om de sociale competentie en de interacties met leeftijdgenoten te verbeteren), en desensitisatie (bijv,

PARENT-TEACHER INTERVENTIES

Betrokkenheid van ouders en training van verzorgers zijn kritische factoren bij het vergroten van de effectiviteit van gedragsbehandeling. Gedragsinterventies lijken even effectief te zijn met of zonder directe betrokkenheid van het kind.25 Schoolbezoek en aanpassing van het kind bij follow-up na de behandeling zijn hetzelfde voor kinderen die alleen met kindertherapie worden behandeld en voor kinderen van wie de ouders en leerkrachten bij de behandeling zijn betrokken.

Parent-teacher interventies omvatten klinische sessies met ouders en overleg met schoolpersoneel. Ouders krijgen gedragsstrategieën zoals het begeleiden van het kind naar school, het geven van positieve stimulans voor schoolbezoek, en het verminderen van positieve stimulans voor thuisblijven (bijv. televisie kijken terwijl men thuis is van school). Ouders hebben ook baat bij cognitieve training om hun eigen angst te verminderen en hun rol te begrijpen bij het helpen van hun kinderen om effectieve veranderingen door te voeren. Overleg met school omvat specifieke aanbevelingen aan het schoolpersoneel om de terugkeer van het kind voor te bereiden, gebruik van positieve versterking, en academische, sociale en emotionele aanpassingen.

PHARMACOLOGISCHE BEHANDELING

Pharmacologische behandeling van schoolweigering moet worden gebruikt in combinatie met gedragsmatige of psychotherapeutische interventies, niet als de enige interventie. Interventies die kinderen helpen vaardigheden te ontwikkelen om hun moeilijkheden de baas te worden, voorkomen dat de symptomen terugkeren nadat de medicatie is gestaakt.

Er zijn maar weinig dubbelblinde, placebogecontroleerde studies die het gebruik van psychofarmacologische middelen bij de behandeling van schoolweigering hebben geëvalueerd, hoewel er verschillende gecontroleerde studies aan de gang zijn. Problemen met steekproefgroottes, verschillen in comorbiditeitspatronen, gebrek aan controle van bijkomende therapieën, en verschillen in medicatiedoseringen hebben geleid tot onovertuigende gegevens in trials van farmacologische middelen bij de behandeling van schoolweigering.30,31 Eerdere onderzoeken naar tricyclische antidepressiva hebben geen repliceerbaar patroon van werkzaamheid laten zien.

Selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s) hebben de tricyclische antidepressiva vervangen als de eerstelijns farmacologische behandeling voor angststoornissen bij kinderen en adolescenten. Hoewel er weinig gecontroleerde, dubbelblinde onderzoeken zijn naar het gebruik van SSRI’s bij kinderen, suggereert voorlopig onderzoek dat SSRI’s effectief en veilig zijn bij de behandeling van angststoornissen en depressie bij kinderen.32,33 Fluvoxamine (Luvox) en sertraline (Zoloft) zijn goedgekeurd voor de behandeling van obsessieve compulsieve stoornis bij kinderen. SSRI’s worden steeds vaker klinisch gebruikt voor de behandeling van kinderen met schoolweigering.

Benzodiazepinen zijn op kortdurende basis gebruikt voor kinderen met ernstige schoolweigering. Een benzodiazepine kan aanvankelijk samen met een SSRI worden voorgeschreven om acute symptomen van angst aan te pakken; zodra de SSRI tijd heeft gehad om gunstige effecten te produceren, moet de benzodiazepine worden gestaakt. Bijwerkingen van benzodiazepinen zijn onder meer sedatie, prikkelbaarheid, ontremming van het gedrag en cognitieve stoornissen. Vanwege de bijwerkingen en het risico op afhankelijkheid moeten benzodiazepinen slechts enkele weken worden gebruikt.34

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.