Wetenschappers hebben een nieuw licht geworpen op waarom mensen met autisme het vaak moeilijk vinden om oogcontact te maken. Onderzoek toont aan dat het vermijden van oogcontact een manier is om een onaangenaam gevoel, veroorzaakt door een overprikkeling in een bepaald deel van de hersenen, te verminderen en niet simpelweg een teken is van sociale en persoonlijke onverschilligheid of een onvermogen om ‘anderen te lezen.

De bevindingen zijn afkomstig van het gebruik van functionele magnetische resonantiebeeldvorming (f MRI) die verschillen laat zien in de hersenbanen van mensen in het spectrum vergeleken met normaal ontwikkelende personen.

Wetenschappelijke doorbraken van deze aard stellen veronderstellingen ter discussie die kunnen worden gemaakt wanneer we worden geconfronteerd met gedrag dat als sociaal ongepast of vreemd wordt beschouwd. Maar die veronderstellingen zijn ook gebaseerd op onze eigen culturele verwachtingen van wat “normaal” gedrag is. In Westerse culturen wordt het gebruik van oogcontact meestal verwacht en een gebrek eraan wordt toegeschreven aan verlegenheid, gebrek aan belangstelling, aandacht of gewoon onbeleefdheid.

‘Kijk me aan als ik tegen je praat’ mag dan een veelgebruikte instructie zijn in een Westerse klas, in China of Japan zou het respectloos worden gevonden als een student oogcontact zou maken met een docent. Intens oogcontact is in sommige Afrikaanse culturen een teken van agressie en in samenlevingen in het Midden-Oosten is het gebruik van oogcontact minder gepast en onderworpen aan strikte genderregels.

Dus, wat moeten we doen om onze communicatie met iemand van het spectrum te helpen verbeteren? Het rapport in een Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift suggereert dat kinderen met autisme dwingen om in iemands ogen te kijken, hen veel angst kan bezorgen. Er zijn ook veel geregistreerde voorbeelden van mensen op het spectrum die melding maken van gevoelens van intens ongemak, angst en verwarring bij het maken van oogcontact:

“het brandt”

“mensen waarderen niet hoe ondraaglijk moeilijk het voor mij is om iemand aan te kijken”

“het maakt me ongemakkelijk… ik kijk naar hun wenkbrauwen of neus of oren, waarbij ik me heel hard concentreer en niet rechtstreeks in hun ogen kijk.”

Dus, moeten we oogcontact aanmoedigen of niet? Deze specifieke studie suggereert dat het, zoals altijd, een complexe kwestie is, aangezien mensen in het spectrum allemaal unieke individuen zijn en begrip moeten hebben voor hun unieke persoonlijkheden en profielen. Met andere woorden, er is geen pasklare oplossing – zoek uit wat werkt en wat niet werkt voor de persoon met wie je samenleeft, samenwerkt of voor wie je zorgt.

Hier volgt een samenvatting van enkele van de voorgestelde benaderingen om mensen te helpen die oogcontact moeilijk, niet behulpzaam of zeer ongemakkelijk vinden:

Voreerst uitzoeken wat oogcontact voor de persoon betekent – helpt het of maakt het het moeilijker om aandacht te besteden en te communiceren. Als het ongemakkelijk is, laat hem of haar dan andere manieren zien om belangstelling te tonen:

  • Binnen een gespreksafstand blijven in plaats van weg te lopen
  • Zinnen als ‘ja’ of ‘hmm hmm’ gebruiken als de ander pauzeert
  • Iemand vertellen ‘ik luister’
  • Pogingen om zelfs vluchtig oogcontact te maken prijzen “Ik vind het leuk hoe je naar me kijkt”
  • Praat over hun speciale belangstelling om oogcontact te bevorderen
  • Gebruik visuele ondersteuning om communicatie en begrip te bevorderen

Er zijn veel verschillende benaderingen, waaronder het gebruik van professionele therapeuten om mensen in het spectrum te helpen de moeilijkheden bij het omgaan met oogcontact te overwinnen, sociale communicatie, begrip en interactie. De Autismegroep pleit samen met vele erkende en gerespecteerde autismedeskundigen ook voor begrip, acceptatie en ondersteuning van deze unieke individuen.

“En nu weet ik dat het heel normaal is dat ik iemand niet aankijk als ik praat. Degenen onder ons met Asperger voelen zich daar gewoon niet prettig bij. Ik begrijp eigenlijk niet waarom het normaal wordt gevonden om naar iemands oogballen te staren,” John Elder Robison uit De kunst van autisme

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.